31 mei, 2009 | Auteur: Nick Ottens | Beeld: Sonia Bicker | Trefwoord: wereld
De hoop op een kernwapenvrije wereld
Met het einde van de Koude Oorlog leek het even alsof een wereld vrij van kernwapens in het verschiet lag. Tegenwoordig proberen zogenaamde 'schurkenstaten' hun eigen kernwapenprogramma's op te zetten. Wat is de beste manier om hier mee om te gaan? Ambities en hoop op een kernwapenvrije wereld zijn in ieder geval nog niet uitgestorven.
De meest recente woordvoerder van de atoomloze droom was afgelopen april niemand minder dan president Barack Obama van de Verenigde Staten. Al gedurende zijn verkiezingscampagne sprak hij zich uit tegen kernwapens en op bezoek in Praag herhaalde hij zijn wens de wereld er ooit van te ontdoen.
Obama is niet de enige staatsman die zich inzet voor een kernwapenvrije wereld. Zo treed Koningin Noor van Jordanië op als ambassadeur voor Global Zero: een internationaal initiatief van oud-wereldleiders waaronder Jimmy Carter, Michail Gorbatsjov, Ruud Lubbers en Robert McNamara om het aantal kernwapens in de wereld terug te dringen. Een soortgelijke organisatie bestaat in de Verenigde Staten waarvan de voormalige ministers van buitenlandse zaken George P. Shultz en Henry Kissinger alsmede oud-defensieminister William Perry en Sam Nunn lid zijn. Sunn diende voorheen als senator en is nu voorman van het zogenaamde Nuclear Threat Initiative dat er ook op gericht is de massavernietingswapens de wereld uit te helpen.
Er worden al stappen ondernomen om het aantal kernwapens te verminderen. Echter de dreiging dat landen als Iran en Noord-Korea of zelfs terroristen soortgelijke wapens vergaren maakt de nucleaire mogendheden maar weinig bereid nu hun kernwapenarsenaal drastisch te verkleinen. De Amerikaanse minister van defensie, Robert Gates, plaatste daarom kanttekeningen bij de uitspraken van de president. "We hebben nog een lange weg te gaan," waarschuwde hij op 3 mei tegenover CNN.
Henry Kissinger begrijpt de lust van Iran naar atoomwapens. "De verscherping van ideologische scheidslijnen en het aanhouden van regionale conflicten hebben de beweeggronden om nucleaire wapens te vergaren vergroot," schrijft hij in Newsweek van 16 februari. Met 'regionale conflicten' verwijst Kissinger beleefd naar de Iraanse vrees voor het Israëlische atoomarsenaal alsmede de mogelijke verbreiding van de oorlogen in Afghanistan en Irak naar over haar grenzen. Iran weet verder dat het op weinig buitenlandse steun kan rekenen (de 'ideologische scheidslijnen' weerhouden de rest van de wereld ervan nader tot Iran te komen) en met kernwapens hoopt het conflict af te kunnen weren. Deze dienen immers als de ultieme afschrikking.
Wat te doen? Niet dreigen met sancties, volgens Kissinger. "Gevestigde atoommogendheden zouden ernaar moeten streven nucleaire capaciteit minder verleidelijk te maken door hun diplomatie te wijden aan het ontkrachten van deze onopgeloste conflicten." Wil de wereld Iran van de atoomwapens afhouden dan zal het de Iraanse angsten moeten trachten weg te nemen en niet keer op keer benadrukken dat het zelfs tot geweld bereid is om te voorkomen dat het land haar ambities waarmaakt. Sancties deren Iran weinig en het begrijpt ook dat de Verenigde Staten niet in staat is tot het voeren van een derde oorlog in het Midden-Oosten.
Kernenergie moet echter wel toelaatbaar blijven voor landen die de rest van de wereld wellicht liever niet met kernwapens geladen ziet. Daarom stelt het Nuclear Threat Initiative voor om verrijkt uranium middels de Nuclear Suppliers Group dan wel het Internationaal Atoomagentschap beschikbaar te stellen. Op deze manier hoeven landen als Iran niet zelf uranium te verrijken wat ook voor een wapenprogramma gebruikt kan worden.
Instabiele wereld
Tegelijkertijd willen de heren van het Nuclear Threat Initiative een verandering van het militaire denken over kernwapens. Met de 'Koude Oorlog houding' van het gereed houden van kernwapens moet worden afgerekend om ongelukken en escalatie van conflicten te voorkomen. Ook stellen zij voor kernwapens voor de korte-afstand geheel op te heffen; deze moeten niet als andere wapens tactisch inzetbaar zijn.
Echter het grootste gevaar gaat niet langer van de atoommogendheden uit. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog bezaten de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tezamen over grofweg 70.000 kernkoppen. Niettemin was het risico dat deze ooit werden ingezet klein: de dreiging van totale vernietiging weerhield beide ervan de wapens te gebruiken. De situatie vandaag de dag is veel instabieler. Terroristen zijn stateloos en hoeven geen massale vergelding te vrezen. Vandaar dat Obama samen met president Medvedev van Rusland en premier Brown van Groot-Brittannië het aantal kernwapens in de wereld op de korte termijn wilt terugdringen. Het non-proliferatieverdrag waarop zij hun inspanningen baseren is echter al veertig jaar oud. De Verenigde Staten en Rusland, nog steeds de twee grootste atoommogendheden, hebben sindsdien hun aantal kernwapens aanzienlijk teruggebracht maar zelfs Ronald Reagan en Michael Gorbatsjov waren in 1986 niet bereid ze geheel op te geven.
Gorbatsjov strijdt tegenwoordig nog steeds voor nucleaire ontwapening. Hij waarschuwt dat dergelijke ontwapening niet zal plaatsvinden wanneer het de Verenigde Staten in de positie van een overweldigende militaire supermacht laat. Het land moet volgens hem haar conventionele wapenvoorraad daarom niet uitbreiden; dan zou het een hernieuwde wapenwedloop kunnen uitlokken met Rusland dat zichzelf nog steeds graag als een grootmacht ziet.
Ontwapening
Kernwapens vormen echter een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse defensiestrategie. Sinds het begin van de Koude Oorlog wordt aangenomen dan een aanval met massavernietigingswapens alleen met een vernietigende nucleaire aanval kan worden beantwoord. De idee dat Amerika het ooit zonder kernwapens zal moeten stellen maakt velen nerveus. Vandaar dat Obama in Praag ook verklaarde dat zolang kernwapens bestaan, de Verenigde Staten een 'veilig en effectief arsenaal' zal moeten behouden om 'enige vijand af te schrikken' en bondgenoten te verdedigen. Hoever kan nucleaire ontwapening dan gaan?
De V.S. en Rusland onderhandelen nu om hun aantal operationele kernkoppen, welke op dit moment paraat zouden moeten staan om op elk moment gelanceerd te kunnen worden, ieder van de huidige 2200 terug te dringen tot 1.500 of zelfs 1.000. Willen zij ook de kleinere atoommogendheden als China bewegen tot ontwapening, dan zal dat aantal wellicht zelfs tot 500 moeten worden bijgesteld. Daarnaast beschikken Amerika en Rusland ook over duizenden tactische kernwapens voor gebruik op het slagveld. Dit zijn de wapens die het Nuclear Threat Initiative voorstelt geheel te elimineren. Zij dienen immers geen doel; niemand wil kernwapens inzetten voor conventionele oorlogvoering.
Dit zijn echter wel de gevaarlijkste wapens in een ander opzicht. Waar deze in de V.S. streng worden bewaakt maken de Amerikanen zich zorgen over de veiligheid van de duizenden Russische kernwapens. De nachtmerrie van elke defensiespecialist is dat terroristen op de zwarte markt een Russisch kernwapen vergaren om deze tegen het Westen in te zetten. Dit scenario wordt alleen maar realistischer wanneer 'Russisch kernwapen' wordt vervangen door 'Noord-Koreaans kernwapen.' De stalinistische dictatuur van Kim Jong-il is straatarm en zou de inkomsten van zo een verkoop goed kunnen gebruiken.
Elke vijf jaar praten de 189 landen die het non-proliferatieverdrag ondertekenden over de verspreiding van kernwapens en wat ertegen te doen. In 2010 is de volgende bijeenkomst. Tot dusver werd gekibbeld over de Amerikaanse wens landen als Iran en Noord-Korea tegen te gaan en de onvrede van de niet-nucleaire landen over het gebrek aan ontwapening van de atoommogendheden. Er bestaan nu echter goede hoop dat met veranderde opstelling van de Verenigde Staten en de hernieuwde ontwapeningsonderhandelingen met Rusland tezamen met de rest van de wereld gewerkt kan gaan worden aan een herziening van het verdrag waardoor de verbreiding van kernwapens daadwerkelijk een halt kan worden toegeroepen. Daarmee lijkt de visie van Obama van een kernwapenvrije wereld wellicht toch een klein beetje dichterbij.