22 februari, 2009 | Auteur: Nick Ottens | Beeld: José van Leeuwen | Trefwoord: israel

De bakermat van het geweld in Israël 1918-1949 - deel 1

De strijd in het Midden-Oosten laaide eind vorig jaar wederom op, toen Israël op 27 december de Gazastrook binnenviel. Meer dan een halve eeuw na de oprichting van de staat Israël en de aanvang van het conflict is het niet vreemd dat velen niet meer weten hoe het allemaal begon. Daarom deze maand in vier artikelen een terugblik op de geschiedenis van het geschil dat al ruim zestig jaar duurt. 

Sinds het begin van de twintigste eeuw hebben Joodse kolonisten zich gevestigd in en rond het gebied dat vandaag de dag de staat Israël beslaat. De pioniers die door de Zionistische beweging werden aangemoedigd in het Heilige Land neer te strijken vielen aanvankelijk onder het gezag van het Ottomaanse Rijk. Deze bondgenoot van Duitsland werd na de Eerste Wereldoorlog van de kaart geveegd. De moderne republiek Turkije kwam er in 1923 grotendeels voor in de plaats. Bepaalde gebieden van het voormalige rijk werden na de oorlog echter door de Volkerenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, als mandaatgebieden onder het bestuur van de grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië geplaatst. 

Het mandaatgebied Palestina, dat naast het huidige Israël en de Palestijnse gebieden ook het tegenwoordige Jordanië besloeg, was al tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Britten op de troepen van de Ottomaanse sultan veroverd. Tijdens de oorlog hadden de Britten bij monde van T.E. Lawrence (wiens levensverhaal later als basis zou dienen voor de film, Lawrence of Arabia) de lokale Arabische bevolking onafhankelijkheid toegezegd. Tegelijkertijd echter beloofde de Britse minister van buitenlandse zaken, Arthur Balfour, de Zionistische organisatie in Groot-Brittannië een Joodse thuisstaat in dezelfde regio. Geen van beide zou onmiddellijk tot stand komen. 

Onder invloed van het toenemende antisemitisme in Europa trokken meer en meer Joodse emigranten naar Palestina. De Joodse gemeenschap in het mandaatgebied, de jisjoev, verdubbelde gedurende de jaren tussen de wereldoorlogen. Zij nam al snel een aanzienlijke plaats in de samenleving in. Zo groeide het Joodse aandeel van de economie tussen 1922 en 1947 met gemiddeld meer dan dertien procent per jaar. Joden verdienden vaak meer dan tweeënhalf keer het loon van Arabische arbeiders. Hoewel Palestijnse Arabieren over het algemeen meer geletterd waren dan die in buurlanden kon nog geen kwart van hen lezen of schrijven. Daarentegen was 86% van de Joodse bevolking in 1932 geletterd. Aan de overkant van de Jordaan waren de Britten al wel begonnen met het verlenen van autonomie. Zo werd in het mandaat Mesopotamië al in 1921 een koning benoemd en in 1932 werd dit gebied uitgeroepen tot het onafhankelijke Irak. Het tegenwoordige Jordanië genoot al sinds de jaren twintig hogere mate van zelfbestuur, maar zou pas na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk worden.

De stichting van Israël

De verschrikkingen van de Holocaust deden bij de meeste geallieerde mogendheden alle twijfel wegnemen dat het Joodse volk een eigen staat toebehoorde. Groot-Brittannië echter zag meer in een onafhankelijk Palestina, geregeerd door zowel Arabieren als Joden. De ongekend hoge immigratie van Joden na de oorlog overweldigde het Britse bestuur dat quota’s instelde en zich daarmee uitermate impopulair maakte onder de Joodse bevolking. In reactie op een bomaanslag door Zionistische extremisten op het King David Hotel in Jeruzalem in 1946 werd de gehele stad Tel Aviv afgesloten en werden illegale Joodse immigranten gearresteerd en opgesloten op Cyprus. De situatie werd voor de Britten onhoudbaar. Zij schoven het probleem door naar de Verenigde Naties die in 1947 in een verdelingsplan van Palestina voorzagen. 

Het verdelingsplan van 1947 stelde de verdeling van Palestina voor in twee gebieden van ongeveer gelijke grootte. De zuidelijke Negev woestijn alsmede de noordwestkust, waar het merendeel van de Joodse nederzettingen zich bevond, werden aan een Joodse staat toegekend terwijl de Westelijke Jordaanoever en het zuidwesten grenzend aan Egypte aan een Arabische staat ten deel zouden vallen. Het plan werd door de Arabische staten en Groot-Brittannië verworpen, maar in meerderheid aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Door het overgrote merendeel van de Joodse bevolking werd de beslissing toegejuicht en Israël verklaarde zich op 14 mei 1948 onafhankelijk. De Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, en vele andere landen erkenden het al snel, met uitzondering van de omringende Arabische staten. Zij vielen, reeds enkele dagen na het uitroepen van de onafhankelijkheid, Israël binnen met doel het 'In zee te drijven', aldus de voorzitter van de Arabische Liga destijds.

Een gecombineerde troepenmacht van Egyptische, Iraakse, Jordaanse, Libanese en Syrische soldaten raakte slaags met Israëlische strijdkrachten. Dankzij een actieve mobilisatie van de Israëlische samenleving en de aanhoudende immigratie van enkele duizenden Joden per maand, was Israël snel aan de winnende hand. Het wist de gebieden welke volgens het verdelingsplan aan de Joodse staat waren toegekend veilig te stellen en verder aanzienlijke delen van Arabisch Palestina te veroveren.

De oorlog kwam begin 1949 ten einde toen Israël met haar afzonderlijke tegenpartijen wapenstilstanden sloot. De nieuwe grenzen van Israël, zoals vastgelegd in de akkoorden van 1949, besloegen meer dan driekwart van het voormalige mandaatgebied, Jordanië uitgezonderd. De huidige Westelijke Jordaanoever werd door Jordanië ingenomen terwijl de Gazastrook onder Egyptisch bestuur kwam. Hier begon een bezetting van het Palestijnse volk dat tot op de dag van vandaag zou voortduren.

In vier artikelen brengt Nick Ottens de geschiedenis van het Israelisch-Palestijns conflict in kaart.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.