4 januari, 2009 | Auteur: Nick Ottens | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederlandse-antillen

Koude Oorlog in de Caraïben

Met de socialistische Hugo Chávez stevig in het zadel in Venezuela en zelfverzekerd Rusland dat uit lijkt op herwaardering van zijn status als wereldmacht lijkt de Koude Oorlog gewoon door te gaan in de ‘Caribische achtertuin’ van Nederland. Voormalig minister van Defensie, Henk Kamp is afgereisd naar de Antillen om deze tot Nederlandse gemeenten te maken.

Hugo Chávez kwam in 1998 in Venezuela aan de macht en sindsdien viert het socialisme hoogtij in het olierijke land. Chávez beloofde de armen te helpen, en doet dat door middel van zogenaamde ‘Bolivariaanse Missies’ die het land doorkruisen om voedsel te brengen, huizen te bouwen, scholen en gezondheidszorg op lokaal niveau op te zetten, en mensen aan te moedigen op Chávez te stemmen. Het programma is genoemd naar Chávez’s held, Simón Bolívar, de man die begin negentiende eeuw Venezuela en wat vandaag de dag Columbia is, onafhankelijk maakte van de Spaanse koloniale overheersing.

Uit het Westen, en met name uit de Verenigde Staten, komt veel kritiek op Chávez, die de Venezolaanse democratie zou ondermijnen. Nadat hij in 1999 een nieuwe grondwet doordrukte werd Chávez in 2000 herkozen. In 2004 vond hij het niet nodig daadwerkelijk verkiezingen uit te schrijven, daarom organiseerde hij een referendum waarin de bevolking slechts voor of tegen hem kon stemmen. Aangezien bijna zestig procent van de kiezers stemde voor zijn aanblijven, achtte Chávez echte verkiezingen niet nodig. Een jaar later trok hij zelfs vrijwel alle politieke macht in het land naar zich toe door het parlement een wet aan te laten nemen waarmee het zichzelf buiten spel zette.

Ondanks zijn inmiddels haast dictatoriale positie is Chávez razend populair. Venezolanen smullen van zijn storm van kritiek op Amerika en alles waar het voor staat; het liberalisme en de globalisering zijn volgens de president niets meer dan instrumenten van “neo-imperialisme”. Hij wees Amerikaanse oliebedrijven de deur en zocht zelfs toenadering tot Rusland in een tijd dat Amerikaans-Russische verhoudingen niet bepaald op een hoogtepunt staan. Chávez werkt nauw samen met de socialistische president van Bolivia, Evo Morales, en bewondert Fidel Castro van Cuba. Op elke denkbare manier lijkt hij erop uit de Verenigde Staten te frustreren, wat hem in Amerikaanse media de bijnaam “orkaan Hugo” heeft opgeleverd.

Niet alleen uit de Verenigde Staten maar ook uit Nederland klinkt kritiek op de Venezolaanse president. In 2006 noemde toenmalig minister van Defensie, Henk Kamp, Chávez een “onverdraagzame populist” die “met grote ogen kijkt naar snippertjes voor de kust van Venezuela, die onderdeel vormen van het Nederlands Koninkrijk.” Deze snippertjes zijn de drie benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen, Aruba, Bonaire en Curaçao, die op slechts vijftig kilometer afstand van Venezuela liggen. Kamp werd onmiddellijk gecorrigeerd door zijn collega Ben Bot, toen minister van Buitenlandse Zaken, en de gevreesde invasie van de Antillen bleef uit. Kamp’s waarschuwing was echter niet geheel ongegrond, want Chávez had eerder verklaard dat “koloniale mogendheden” uit de Caraïben moesten “oprotten”. Hij noemde Kamp een “pion van Washington” die aan een Amerikaanse “campagne tegen Venezuela” meedeed. Als we Chávez moeten geloven zouden de Amerikanen Curaçao willen gebruiken om vanuit daar Venezuela aan te vallen.

Dat Henk Kamp begin dit jaar de Tweede Kamer heeft verlaten om als Commissaris voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius de overgang van deze eilanden naar Nederlandse gemeenten te gaan overzien, zal Chávez dan ook niet gerust stellen. Chávez’s angst voor Amerikaanse inmenging is niet geheel zonder reden. In het verleden hebben de Verenigde Staten herhaaldelijk Zuid-Amerikaanse regeringen, al dan niet democratisch gekozen, omver geworpen en verspreiding van het socialisme met geweld bestreden. In de tijd van de Koude Oorlog was inmenging in de politiek van naburige landen meer dan geoorloofd. Amerika keek toe hoe het communisme in steeds meer landen voet aan de grond kreeg en nadat Fidel Castro in 1959 op Cuba de macht greep, leek een verenigd, communistisch Zuid-Amerika ineens een beangstigend, maar realistisch toekomstbeeld.

Gedurende de jaren zestig en zeventig trad de Verenigde Staten actief op om de verbreiding van het communisme in Zuid-Amerika een halt toe te roepen. De Amerikaanse inlichtingendienst, de CIA, slaagde er niet in Castro af te zetten, maar zorgde er wel voor dat soortgelijke revolutionairen in landen als de Dominicaanse Republiek, Guatemala en Nicaragua niet aan de macht kwamen, of even snel verdwenen als ze waren verschenen. In Chili ondermijnde de CIA de regering van de socialistische president Salvador Allende waardoor Generaal Augusto Pinochet er in 1973 een militaire dictatuur kon vestigen. In de jaren tachtig viel het Amerikaanse leger zelfs openlijk Grenada en Panama binnen om de socialistische regimes daar omver te werpen.

Of ook Venezuela dergelijke Amerikaanse inmenging kende tijdens de Koude Oorlog is niet duidelijk. In 2002 waren er geruchten dat de regering-Bush had getracht een staatsgreep te organiseren tegen Chávez. Het Witte Huis ontkende de aantijgingen en verklaarde slechts met Venezolaanse oppositieleiders te hebben gesproken, die later dat jaar wel degelijk te macht probeerden te grijpen. Chávez weerstond de coup en voelde zich slechts versterkt in zijn kritiek jegens Amerika.

De Koude Oorlog mag dan voorbij zijn, in Zuid-Amerika zijn de littekens van het conflict nog zeker zichtbaar. Waar in het Oostblok de lidstaten van de Sovjet-Unie zich één voor één onafhankelijk verklaarde na 1991, en Rusland gereduceerd werd tot een land waar geen enkele dreiging meer van uit leek te gaan, was Zuid-Amerika minder vrij de ideologie van de voormalige vijand te omarmen. Waar Oost-Europa democratie en kapitalisme omarmde en toenadering zocht tot het Westen, poogde de Verenigde Staten nog steeds socialisme op het Amerikaanse continent te bestrijden, doch niet met geweld zoals tijdens de Koude Oorlog.

Amerikaanse inmenging in andere landen is volgens Chávez een teken van de “ideologische zwakte” van het kapitalisme. Alsof de hoogtijdagen van de Koude Oorlog herleven, werkt Chávez samen met Rusland dat zich wederom tracht te profileren als een wereldmacht. De Verenigde Staten veroordeelde de Russische interventie in Georgië terwijl de Russen protesteerden tegen het raketschild dat de Amerikanen in Oost-Europa willen bouwen. Vlak nadat Russische tanks Georgië binnenrolden, stemde Polen in met de plaatsing van Amerikaanse raketten op Pools grondgebied. Rusland toonde daarop haar steun voor de regering van Chávez door schepen en gevechtsvliegtuigen naar Venezuela te sturen om deel te nemen aan een gezamenlijke militaire oefening. Chávez is maar al te blij met dergelijk Russisch machtsvertoon dat aantoont dat de Verenigde Staten niet langer de enige supermacht ter wereld is. Het Amerikaans imperialisme is volgens hem niet onoverwinnelijk: “Kijk naar Vietnam,” sprak hij in 2005, “kijk naar Irak en Cuba dat zich verzet, en kijk nu naar Venezuela.”

 

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.