14 oktober, 2018 | Auteur: Marjolein Koster | Beeld: Marjolein Koster | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Ambitieuze Bosnische jongeren verzetten zich tegen het systeem
In Bosnië en Herzegovina vonden op 7 oktober verkiezingen plaats. Het gaat niet goed met het land. De bevolking is ruim 20 jaar na de oorlog nog altijd erg verdeeld, corruptie blijft een groot probleem, de werkloosheid is torenhoog en Bosniërs verlaten massaal het land. Naast al deze negatieve ontwikkelingen zijn er ook jongeren van de naoorlogse generatie die wél een toekomst zien voor hun land en die zich daarvoor inzetten.
Het Daytonverdrag, dat in 1995 een einde maakte aan de oorlog, deelde Bosnië op in twee entiteiten, de Federatie Bosnië en Herzegovina, waar vooral Bosniakken en Bosnische Kroaten wonen, en de Republika Srpska, waar vooral Servische Bosniërs wonen. De Federatie is daarnaast ook nog opgedeeld in tien kantons die vergaande autonomie hebben op bepaalde beleidsterreinen. Bosnië heeft drie talen en drie presidenten, waarbij het voorzitterschap elke acht maanden rouleert. Door deze complexe structuur is de Bosnische overheid groot en duur, voor een bevolking van een kleine 3,5 miljoen. Het systeem én de partijen bevorderen het nationalisme en multi-etnische partijen zijn in de minderheid.
Bosnië ontwikkelt zich al jarenlang niet tot nauwelijks, doordat de verschillende bevolkingsgroepen niet samenwerken en doordat het politieke systeem waarschijnlijk het meest complexe en bureaucratische van de wereld is. Het grootste deel van de Bosniërs is erg pessimistisch over de toekomst. Ongeveer een derde denkt dat het leven met de dag slechter wordt. Gelukkig ligt dat percentage onder jongeren wat lager.
Lana Prlic (1993)
Op haar 21e werd ze verkozen tot vicevoorzitter van de Sociaal Democratische Partij (SDP). Nu staat ze hoog op de verkiezingslijst voor het parlement van de Federatie Bosnië en Herzegovina. “We moeten echt een einde maken aan dat belachelijke systeem. Bij de vorige verkiezingen leden we een enorme nederlaag, maar ik denk dat er een kans is dat we dit jaar het Bosniakse presidentschap winnen.”
Milos Popić (1991)
Naast de twee entiteiten heeft Bosnië nog een derde aparte bestuurlijk regio, namelijk het district Brčko. Aan het einde van de oorlog konden de Serviërs, Kroaten en Bosniakken het niet eens worden over dit kleine gebied in het noordoosten van Bosnië en Herzegovina. “Brčko is bijzonder, want het is de enige plek waar mensen van verschillende etniciteiten samenwonen en –leven”, zegt Milos. Tijdens de oorlog woonde hij in Sarajevo, maar na het Daytonverdrag moesten ze daar weg. “Dat gebied werd toegewezen aan de Federatie en wij zijn Serviërs. Dus mijn ouders besloten hier naartoe te gaan. Als er weer oorlog komt, zitten we in ieder geval dichtbij de grens van Kroatië en Servië”, lacht hij.
Milos werkt bij Svitac, een NGO die samen met vrijwilligers allerlei activiteiten opzet op het gebied van onderwijs en educatie. Hij houdt zich vooral bezig met de begeleiding van vrijwilligers. “Via een programma van de EU komen jongeren uit Europa om hier vrijwilligerswerk te doen. Via hen heb ik Engels geleerd. Het helpt als iemand van buitenaf een lezing of workshop geeft, want ik merk dat het publiek dan meer gemixt is. Ondanks dat we hier met alle etniciteiten samenleven is er toch verdeeldheid. Mensen weten welke club bijvoorbeeld van een Serviër is gaan dan alleen daar naartoe, of juist niet. Wij waren de eerste multi-etnische organisatie in de regio. Het heeft in ieder geval als resultaat dat ik niet meer nationalistisch ben. Niet dat ik dat was, maar anderen waren als vreemden voor me. Nu heb ik vrienden van over de hele wereld.”
De organisatie stuurt ook jongeren uit Bosnië naar projecten in andere Europese landen. “Dat is goed, want dan zien ze hoe mensen in andere landen samenleven, hoe de maatschappijen daar zijn opgebouwd. Ik heb goede hoop, want Brčko is de enige plek waar kinderen naar dezelfde school gaan. Voor mij was dat pas vanaf de middelbare school en dan merk je toch dat je al heel erg gevormd bent.”
Milica Pralica (1991)
“Bosnië is mijn land. Ik ben geboren in Bosnië en Herzegovina, Republika Srpska bestond toen nog niet.” Milica is activist, omdat ze niet tevreden is met de huidige situatie in haar land. “Ik wil gewoon een land met een goede overheid, het maakt me dan niet uit hoe dat land heet. Met een sociaal zekerheidsstelsel waarin zorg en onderwijs goed geregeld zijn en waar de economie kan groeien. Maar andere jongeren lijken alleen maar bezig te zijn met de vraag welke nationaliteit ze hebben.
Jasminko Halilovic (1988)
“We verzamelen verhalen en items van mensen die kind waren tijdens de oorlog en wiens jeugd is beïnvloed door de oorlog”, zegt Jasminko. Hij is initiatiefnemer van het War Childhood Museum dat in 2017 geopend is. De items in het museum variëren van een teddybeer die tijdens de spannende nachten troost bood, tot een kapot klimrek uit de speeltuin waar een jongen zelf aan de scherven van een inslaande granaat kon ontsnappen, maar waar een vriendje van hem de dood vond. “Deze objecten zijn eigenlijk niets waard, maar zijn enorm belangrijk voor de mensen die ze gedoneerd hebben en voor de bezoekers om erover te lezen.” Jasminko loopt naar een stukje paarse stof in een vitrine. “Dit had een prom dress moeten worden, maar door de oorlog heeft dat feest nooit plaatsgevonden en is dit stukje stof ongebruikt gebleven.”
Jasminko’s eigen object is een servetje waarop een vriend van de familie een tekening van hem op zijn fiets maakte. “Ik heb niet echt foto’s van mezelf in de oorlog en op deze manier is er toch een afbeelding van mij uit die tijd.” Ervaringen van kinderen raken iedereen, ongeacht de etniciteit die iemand heeft. “Ik denk dat het War Childhood Museum een van de zeldzame plekken in ons land is waar het veilig is om over het verleden te praten, zonder dat je bang hoeft te zijn dat je verhaal gebruikt wordt om angst te verspreiden of om mensen tegen elkaar op te zetten.”
“Het is belangrijk om verhalen met elkaar te delen en aan anderen te vertellen, omdat we zo leren over de gevolgen van oorlog op kinderen en dus leren over het belang van vrede.” Jasminko’s museum heeft de Council of Europe 2018 Museum Prize gewonnen. Hij reist inmiddels de wereld over om te spreken op conferenties en is als eerste Bosniër geselecteerd voor de Forbes lijst van 30 invloedrijke leiders onder de 30 jaar.
“Het is wel moeilijk om optimistisch over de toekomst te zijn, want politici gebruiken media om angst en verdeling te zaaien. Maar met een museum zoals dit proberen we de balans weer een beetje terug te brengen.”