25 september, 2018 | Auteur: Marjolein Koster | Beeld: Marjolein Koster | Trefwoord: bosnie-herzegovina

Leven na de oorlog: veteranen die gingen en veteranen die bleven

Een groep Nederlandse veteranen bracht afgelopen juni een bezoek aan hun uitzendgebied in Bosnië-Herzegovina. Na de Joegoslavische burgeroorlog die tot 1995 duurde, waren zij onderdeel van de Implementation Force (IFOR), die in het kapotgeschoten land meewerkte aan de wederopbouw en het bewaren van de vrede. Daarna keerden ze terug naar Nederland. Bosnische veteranen bleven daarentegen in hun getraumatiseerde land, waar ze nog elke dag geconfronteerd worden met het verleden. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen deze mannen die ruim 20 jaar geleden samenwerkten aan hetzelfde doel?
Tijdens hun roadtrip door Bosnië bezoeken de Nederlandse veteranen onder meer de stad Mostar. Ze krijgen hier een rondleiding van Sefko, een Bosniakse veteraan. “Om de stad door zijn ogen en met zijn verhalen van tijdens de oorlog te bekijken maakte wel indruk”, zegt Colin Bal, de initiatiefnemer van deze reis. “Hij vertelde hoe families en vrienden van elkaar gescheiden waren en hoe deze na de oorlog weer samenkwamen. Dat soort dingen krijg je eigenlijk helemaal niet mee als je op missie bent.”

“Je leeft tijdens je missie echt in een bubbel. Wij moesten de vrede bewaren en voerden onze taken uit”, zegt Marcel Visbeen. “Ik heb eigenlijk nooit echt stilgestaan bij hoe het voor de Bosnische veteranen moet zijn om in zo’n land verder te moeten. Het lijkt me vreemd om telkens weer mensen te zien van de tegenpartij. Dat vertelde Sefko ook, dat zijn vriendschap met een Kroaat tijdens de oorlog voorbij was, maar nu weer hersteld is.” Nešo Teodisić uit Banja Luka beaamt dat. “Ik heb vrienden die tijdens de oorlog in een ander leger gevochten hebben. In het begin was dat wel raar ja, maar na een tijdje leg je die figuurlijke strijdbijl neer en lach je erom. Tenminste, zo zie ik dat. Maar ik weet dat dat niet altijd zo gaat.”

Hemel en hel

“Wil je weten wat het verschil is? Het is een verschil tussen hemel en hel”, snuift de anders altijd zo vriendelijke Zjalko Živković. “We zitten nog steeds in een fucking oorlog.” Zjalko doelt vooral op de nationalistische partijen die in Bosnië-Herzegovina op dit moment aan de macht zijn en die de etnische grenzen tussen de bevolking weer groter maken. “Natuurlijk zijn we blij dat we de wapens hebben neergelegd, maar kijk om je heen! Ziet dit eruit als een goed functionerende maatschappij?”

Zjalko is flink vermagerd de laatste maanden. Het gaat niet goed met zijn gezondheid. “Tijdens de oorlog heb ik wat wonden opgelopen en door een infectie die ik tijdens de behandeling daarvan opgelopen heb, krijg ik daar nu weer last van. Mijn pensioen is 150KM (ongeveer 75 euro). Er is wel geld beschikbaar voor veteranen met medische problemen, maar om dat geld te krijgen moet je door zoveel bureaucratisch gedoe heen. Ze zitten gewoon te wachten tot we allemaal doodgaan.”

Tentenkamp

Vlak buiten het centrum van Sarajevo heeft een groep Bosniakse en Kroatische veteranen een tentenkamp opgezet. “Hier zitten de bandieten”, zegt Amir Sultan en hij wijst naar het grijze gebouw achter hem. In dat gebouw zit de regering van de Federatie Bosnië-Herzegovina. “We krijgen geen geld, geen hulp. We krijgen niets!” Al ruim een jaar wonen deze mannen hier. Ook tijdens de uitzonderlijk koude winter, waarin de temperatuur regelmatig onder de min 20 graden zakte, zijn ze niet naar huis gegaan. “Veel van ons merken nu, jaren na de oorlog, alsnog de nadelige gevolgen. Maar we hebben geen rechten.”

De veteranen hebben drie eisen: registratie van de veteranen in de federatie, einde aan de financiering van onnodige veteranenorganisaties en het tegemoet komen aan de behoeften van de veteranen. Het vermoeden is dat er momenteel veel mannen staan geregistreerd als veteraan, terwijl ze dat niet zijn. Politici accepteren die inschrijvingen in ruil voor politieke steun. Deze onechte veteranen zouden vervolgens misbruik maken van geld dat naar ruim 1600 veteranenorganisaties in Bosnië-Herzegovina wordt gestuurd. “Geld dat wij eigenlijk zouden moeten krijgen”, meent Amir. “Die veteranenorganisaties zijn niets voor mij”, zegt ook Zjalko. “De mannen die daar samenkomen… Ze maken zichzelf kapot. Ze drinken veel en het is een crimineel gedoe.”

Overgeleverd aan de goden

“De overheid heeft een kans gemist door geen banen te creëren direct na de oorlog. Nu zijn we oud, hebben we gebreken en zijn we niet meer interessant voor de arbeidsmarkt”, argumenteert Amir. Colin Bal is het hiermee eens. “We hebben na de oorlog het land overgeleverd aan de goden en baantjes aan corrupte mensen gegeven.” Hoewel het ministerie van Veteranen meerdere keren beloofd heeft tegemoet te komen aan de eisen van de protesterende groep in hun voortuin, is er nog steeds geen goede oplossing voor de problemen die de veteranen hebben.

Colin is commercieel manager bij een meubelzaak en toevallig staat een van de fabrieken van dit bedrijf in Bosnië. “De mannen die tijdens de oorlog hebben gevochten werken daar ook. Ik ging weer terug naar een wereld die veel mensen niet gegund is, zij bleven daar. En waar hebben ze voor gevochten? Bosnië is nog steeds een arm land en het is niet per se leuk om daar te wonen.” Ook Remco Boeijen, een van de andere Nederlandse veteranen die mee is op reis herkent dit. “Op het moment dat onze missie voorbij was, lieten we mensen achter. Tolken, de locals op de base. Die blijven daar in de shit zitten. Dat is heel even vervelend, want je hebt wel een band met deze mensen opgebouwd. Maar daarna ga je snel door met je eigen leven. Het is lastig te plaatsen, want je kunt weinig voor hen doen.”

“Onze fabriek staat op de grens van Republika Srpska en de Federatie”, vervolgt Colin. Ik zie steeds meer orthodoxe kerken aan de ene kant en moskeeën aan de andere kant. Om deze onzin is die oorlog nu juist begonnen. Als er niet snel de juiste aandacht voor dit nationalisme komt, dan komt er vrij snel weer oorlog denk ik.”

PTSS

Wanneer je denkt aan veteranen, komt al snel de term PTSS (posttraumatisch stresssyndroom) naar boven. In Nederland zijn hiervoor allerlei hulpinstanties die een scherp oog hebben voor problemen die hieruit voortvloeien. De Nederlandse veteranen op deze reis hebben daar geen last van (gehad). De vredesmissie waarvan zij onderdeel uitmaakten kende weinig geweld en ongelukken. “Ik heb gelukkig ook ook tijdens mijn latere missies naar Irak en Afghanistan geen kameraden verloren”, zegt Marcel. “Wanneer er iets heftigs was gebeurd, zoals bijvoorbeeld een hinderlaag van de Taliban, dan kregen we direct een gesprek met de psycholoog en voordat je teruggaat naar je normale leven in Nederland moet je eerst drie dagen uitrusten op Kreta. Ook daar krijg je allerlei sessies met een psycholoog. Ik merkte wel dat dat nodig was.”

Voor Bosnische veteranen is behandeling voor PTSS helaas wat minder vanzelfsprekend. “Je ziet ook dat mensen soms van karakter veranderen. Ik had een vriend en die begon ineens om zich heen mensen te steken met een mes. Dat is hij niet. Dat weet ik”, zegt Zjalko. “Maar dat is wat er gebeurt met een oorlogsveteraan als hij in zijn eigen land blijft. Mensen hebben geen huis meer, geen familie. Ze ontsporen.”

Geen vrije keuze

Nešo noemt nog een belangrijk verschil. “Die Nederlandse mannen hebben ervoor gekozen hier naartoe te komen. Als Bosnische man had je geen andere keus dan te vechten.” Nešo was zelf nog maar 15 jaar oud toen hij tijdens de oorlog ook mee moest vechten. “Je bent echt nog een kind, maar je moet ineens je vaderland beschermen.” Hoewel de Nederlandse veteranen zich toentertijd vrijwillig aanmeldden voor Defensie, wist ook veel van hen niet waar ze aan begonnen. “Op mijn 18e verjaardag vloog ik richting Bosnië”, zegt Remco. “Ik was vooral op zoek naar avontuur. Je bent net bij je moeder weg en ineens zit je in oorlogsgebied. Dat was zeker wel spannend, maar we deden het samen.”

Gelukkig herkennen zowel de Bosnische als de Nederlandse veteranen zich in de kameraadschap met de mannen waarmee ze gediend hebben. De hele roadtrip van de Nederlanders is hiermee doordrenkt. “Het is echt een bijzondere reis voor ons”, zegt Colin. “Twintig jaar geleden waren we hier samen en nu weer. Zo’n intensieve periode samen maakt je als groep heel hecht. Het is echt alsof er niets veranderd is.”

“Ik ben Bosniak, dat zie je wel aan mijn naam toch?” lacht Amir. Zijn achternaam Sultan komt uit Turkije. “Maar deze man hier is als mijn broer.” Hij wijst naar Zlatko Hasanovic en omhelst hem. “Hij is Kroaat, maar dat maakt niet uit.”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.