5 november, 2018 | Auteur: Marjolein Koster | Beeld: Marjolein Koster | Trefwoord: bosnie-herzegovina

Niet alle veteranen hebben PTSS

Wanneer je denkt aan veteranen, komt waarschijnlijk snel de term posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) in je op. Terwijl slechts een klein percentage van de militairen die op missie is geweest daar last van heeft. Een groep mannen die terug reisde naar hun voormalige uitzendgebied in Bosnië en Herzegovina vindt het jammer dat er zo weinig aandacht is voor de positieve dingen die hun missie in 1996 hen gebracht heeft.

Acht mannen rijden in een busje vanuit Nederland naar Bosnië. De herinneringen aan de tijd dat ze jong en onbezonnen op missie gingen, komen bij elk nieuw uitzicht naar boven. Dat verjaardagsbiertje op het terras in de kapotgeschoten Sniper Alley in Sarajevo, de wedstrijdjes wie het snelst met de tank heuvelop terug naar de buitenpost kon en een grap over PTSS als ze langs een hotel rijden waar ooit een plas bloed lag van iemand die doodgeschoten was. Het is direct duidelijk dat deze mannen een hechte band hebben met elkaar, ook al is het al meer dan 20 jaar geleden dat ze als groep bij elkaar geweest zijn. 

Patrouilles, kippen en whisky

Uit cijfers van het Ministerie van Defensie blijkt dat ongeveer 10 procent van de militairen na terugkeer last heeft van psychische klachten. Bij de meesten zijn die klachten binnen een paar maanden voorbij en in ongeveer 5 procent van de gevallen is er sprake van PTSS. De behandelingen daarvoor werken bij de meeste veteranen goed. Slechts bij een enkeling houden klachten echt langdurig aan. Toch is PTSS voor veel mensen een van de eerste associaties bij het begrip ‘veteranen’.

Bij de groep veteranen op bezoek in Bosnië is geen enkel spoor van PTSS te herkennen. De herinneringen gaan opvallend vaak over de leuke momenten. Als Marcel Visbeen bij ‘zijn’ buitenpost Victor Bravo 1 aankomt, heeft hij het over de barbecue, de eigen gevangen kippen die ze hebben gebraden en het mooie uitzicht vanaf de patrouillepost. Wanneer ze verder rijden en langs een winkeltje komen zegt hij: “Hier hebben we op de laatste avond whisky gekocht, om gezamenlijk de goede tijd af te sluiten.”

De militairen die voor de IFOR (Implementation Force) in 1996 naar Bosnië werden gestuurd, hadden de taak om het Verdrag van Dayton, dat een einde maakte aan de oorlog, te implementeren. Ze moesten helpen om het land weer opnieuw op te bouwen en de vrede te bewaken. De patrouilles als onderdeel van de Quick Reaction Force vormden dan ook een belangrijk onderdeel van de missie. Gewoon zitten op het balkon en in de gaten houden of er niets vreemds gebeurt. In de verte kijken of er geen verdachte voortuigen aankomen en goed luisteren of er nergens geschoten wordt. Gebeurt dat wel? Dan moesten de militairen direct op pad om te kijken wat er aan de hand was. De mannen hadden veel contact met de lokale bevolking. “Simpelweg de aanwezigheid van buitenlandse militairen zorgt ervoor dat mensen niet opnieuw geweld gebruiken”, zegt Colin Bal, de initiatiefnemer van de reis.

Spanning

Betekent dit dat de vredesmissies naar Bosnië één groot feest waren? Natuurlijk niet. Er waren ook voldoende spannende momenten. Bijvoorbeeld die keer dat ze tijdens het lokaliseren van mijnen middenin een mijnenveld bleken te staan. “Het bordje stond verkeerd om”, verklaart Remco Boeijen. Of toen Colin Bal op pad werd gestuurd naar hotel Vrbas, waar mogelijk nog Kroatische krijgsgevangenen werden vastgehouden door Servische soldaten. “Dat bleek gelukkig niet zo te zijn. Maar de spanning dat je zoiets kan aantreffen, dat maakt zo’n missie toch wel heftig.”

In Bosnië hebben deze veteranen geen enkele keer vuurcontact gehad. Marcel Visbeen is later nog naar Irak en Afghanistan uitgezonden, missies met aanzienlijk meer geweld. “Ook daar heb ik gelukkig zelf geen mensen om me heen zien overlijden. Stel dat je maatje wordt opgeblazen, dat is een ander verhaal.”

“Volgens mijn ouders had ik, nadat ik terugkwam uit Bosnië, nachtmerries en schreeuwde ik in mijn dromen”, zegt Remco Boeijen en voegt er nuchter aan toe: ”ik kan me dat eigenlijk niet echt herinneren.” Toch heeft hij vorig jaar een tijdje thuis gezeten vanwege PTSS. “Maar dat is echt ontstaan door mijn werk als politieagent. Er was een 13-jarig meisje voor de trein gesprongen en ik vroeg me de hele tijd af: waarom dan? Misschien is er wel een bodem voor mijn PTSS ontstaan tijdens de missie, ik weet het niet. Maar nu ik hier in Bosnië ben komen er eigenlijk alleen maar positieve herinneringen naar boven. Dat is fijn, want nu kan ik voor mezelf afsluiten dat er misschien nog iets verwerkt zou moeten worden.”

De uitzondering versus het normale

Het is ook wel te verklaren waarom veel mensen een veel spannender beeld hebben bij vredesmissies. Mannen in legerkleding met grote geweren en ronkende tanks roepen nu eenmaal de associatie van oorlog op. En oorlog is geweld. “Toen ik terugkwam uit Bosnië vroegen veel mensen me of ik mensen had doodgeschoten. Er kwamen vooral veel domme vragen”, zegt Remco. Maar een van de wetten in de journalistiek is nog altijd dat de uitzondering het nieuws haalt. Een patrouille waarop niets gebeurt, mist een spanningsboog en is daarom niet aantrekkelijk om verslag van te doen. Veteranen die na hun missie gewoon doorgaan met hun leven, zijn net als iedere andere Nederlander en niet interessant genoeg om te interviewen.

Of toch wel? Deze groep veteranen van de IFOR vindt namelijk dat er ook wel eens meer aandacht mag komen voor de positieve kanten van het op missie gaan. Colin geeft aan dat de missie hem op dat moment van zijn leven een doel gaf. “Ik had geen makkelijke jeugd en was als puber erg onrustig. De structuur van Defensie en echt iets voor een ander kunnen betekenen hebben me erg goed gedaan.”

Remco geeft aan dat de missie in Bosnië hem toentertijd heeft gevormd. “Als ik dat niet gedaan had, was ik echt ontspoord. Ik ben 100 procent voor het herinvoeren van de dienstplicht. In mijn werk als politieagent merk ik dat jongeren steeds minder respect hebben. Tijdens de dienstplicht leer je om te gaan met directief leiderschap en om als groep samen te werken, ook als daarin mensen zitten die anders werken dan jij.”

“Als je op missie bent is niets belangrijker dan het team”, zegt Colin. Hij gebruikt die mentaliteit nog steeds in zijn werk als leidinggevende. Ook Marcel geeft aan dat hij als gevangenisbewaarder veel heeft aan de vaardigheden die hij heeft opgedaan tijdens zijn missies. “Ik heb vaak te maken met stresssituaties en merk dat ik dan erg goed rustig kan blijven.”

Achteraf zeggen de mannen dat ze de reis door Bosnië zien als een mooie vakantie met vrienden. Colin: “We zien elkaar soms jarenlang niet, maar doordat we maandenlang intensief hebben samengeleefd, is de band die we hebben enorm sterk. Dat vind ik misschien nog wel het mooiste van wat we hebben overgehouden aan de missie.”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.