23 juli, 2011 | Auteur: Hans Perk | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: ivoorkust

De sporen van de oorlog in Ivoorkust (3)

Sinds de start van het cacaoprogramma in 2008 heeft Solidaridad een kantoortje in Ivoorkust, het land waar tot op de dag van vandaag ruim veertig procent van de wereldwijde cacaoproductie plaatsvindt. Inmiddels telt het kantoor acht medewerkers die zich voornamelijk bezighouden met het trainen van boeren in duurzame productiemethoden.

Hans Perk is directeur van Solidaridad West-Afrika en vertelt de komende zeven maanden in de rubriek Verbeter de Wereld over zijn leven en werk in Ghana.

Sinds het einde van de burgeroorlog op 11 april van dit jaar is het nu weer betrekkelijk veilig op straat. In de afgelopen maanden tijdens de burgeroorlog had het land niet één, maar twee presidenten en hebben mijn collega’s met creatieve oplossingen het kantoor zo goed en zo kwaad als dat ging draaiende gehouden. Maar de belangrijke bezoeken aan onze partners in het veld waren niet mogelijk. Onze lokale partners dragen de ontwikkeling van het programma en waren een half jaar buiten beeld. Is er nog voldoende vertrouwen bij hen om het programma voort te zetten? Eén ding is zeker: de politieke en maatschappelijke instabiliteit is van grote invloed op de ontwikkeling van een duurzame cacao-economie. Vertrouwen is cruciaal in iedere economie en de oorlog in Ivoorkust heeft het wantrouwen in de samenleving alleen maar gevoed. Deze week ga ik met de directeur van ons kantoor en onze trainers proberen het programma voor de komende maanden weer op de rails te krijgen. Ik heb me vooral voorgenomen goed te luisteren naar de verhalen van mijn collega’s.

Reizen gaan altijd gepaard met spanning. Een raar en wat onrustig gevoel maakt zich van mij meester iedere keer als de volgende reis aanstaande is. Die spanning en onrust hebben vaak meer van doen met het wachten op vliegvelden en de overvolle programma’s dan de spanning voor het onbekende. In de afgelopen tien jaar heb ik al heel wat landen gezien en mensen ontmoet. Vandaag voel ik meer dan gemiddelde spanning bij de voorbereiding van de reis en het afscheid van de familie. Veel meer mensen dan gewoonlijk wensen me uitdrukkelijk een goede reis en benadrukken dat ik vooral moet zorgen dat ik veilig terugkom. Zelfs de taxichauffeur die me van ons huis naar het vliegveld brengt toont een meer dan gemiddelde belangstelling in de bestemming van mijn reis.

Bij aankomst op het vliegveld in Abidjan gaat alles er redelijk gewoon aan toe. Wat opvalt is de vriendelijkheid waarmee de Ivorianen de bezoekers tegemoet treden. Politie, voormalige rebellen, douane, allemaal zijn ze vertegenwoordigd en willen controles doen. Dat vindt in een uitermate amicale sfeer plaats. Bij iedere controle wordt gevraagd of ik wapens of munitie bij me heb.

Kadi, onze kantoordirecteur staat me met een grote glimlach op te wachten in de aankomsthal. We zijn blij elkaar weer te zien. Haar laatste keer op deze plek was begin april toen ze ruim vijf dagen op het vliegveld vastzat en door Franse militairen werd beschermd tegen de oprukkende rebellen en de troepen van Gbagbo. Beide kampen wilden het vliegveld innemen.

Samen rijden we naar het hotel midden in het zakencentrum. Uit veiligheidsoverwegingen heeft Kadi een hotel geboekt waar ook een deel van de nieuwe ministersploeg verblijft die gedurende de oorlog hun woning zijn verloren. Het hotel wordt beveiligd door militairen van de Verenigde Naties (VN). Het is een vreemd concept van veiligheid om bovenop de mensen te gaan zitten die beveiligd moeten worden. Gek genoeg is het grootste deel van deze militairen afkomstig uit landen waar geen Frans wordt gesproken. Handig als je de vrede moet bewaren in een Franstalig land. Onder druk van de geringe populariteit van vredesmissies in Afrika heeft de VN waarschijnlijk niet veel te kiezen.

Ivorite

‘s Avonds tijdens het diner hebben we de mogelijkheid om eens rustig bij te praten. Kadi vertelt me hoe ze ‘s nachts nog steeds wakker wordt van het geluid van de mortieren en machinegeweren. Ze wijst op haar hoofd en haar hart. Nog maar een paar weken geleden lagen de dode lichamen hier op straat en werd er massaal geplunderd en vernield. Kadi vertelt me hoe in alle wijken van Abidjan de huizen van mensen die afkomstig zijn uit het Noorden werden gemerkt om etnische zuivering mogelijk te maken. De sporen van de oorlog zie je niet zozeer op straat als wel in de mensen terug. Kadi vertelt me hoe ze zijn bevrijd van ex-president Gbagbo, maar vooral van zijn Ivorite beleid; het concept dat het zuivere Ivoriaanse volk definieert en waar belangrijke democratische rechten en sociaaleconomische kansen op waren gebaseerd.

In de jaren veertig en vijftig is de Ivoriaanse economie voor een belangrijk deel ontwikkeld door immigranten uit ondermeer Burkina Faso. Veel cacaoboeren zijn afkomstig uit Burkina en andere omringende landen. Toen de Ivorianen naar de economische hoofdstad Abidjan en andere plaatsen in het zuiden trokken, werden gastarbeiders uit de omringende landen binnengehaald voor de ontwikkeling van het noorden. De groei van de cacao-economie is voor een belangrijk deel hun verdienste. De overheid profiteerde mee door stevig belasting te heffen. Daar zagen de boeren weinig van terug. Er is nauwelijks geïnvesteerd in landbouwvoorlichting, toegang tot agrarische hulpmiddelen of boerenkrediet. De productiviteit en kwaliteit van de cacaoteelt liep de afgelopen jaren dan ook terug.

Na het overlijden van Felix Houphouet Boigny in 1993 neemt zijn partijgenoot en vertrouweling Bedie het roer over. Onder Bedie is het concept Ivorite ingevoerd. Als je niet kunt aantonen dat je beide ouders afkomstig zijn uit Ivoorkust, kun je niet deelnemen aan de presidentsverkiezingen. In de praktijk betekent het dat alle Noordelingen worden uitgesloten van het actieve kiesrecht en belangrijke posities in de overheid alleen nog zijn voorbehouden aan mensen uit het zuiden. Bedie wordt door een militaire coup in 1999 door Robert Guei aan de kant gezet. Guei laat in 2000 verkiezingen uitschrijven. Alle uitdagers van Gbagbo, ondermeer de uit het noorden afkomstige Alassane Ouattarra, worden door het hooggerechtshof afgewezen als kandidaat voor het presidentschap.

Zonder tegenkandidaat wint Gbagbo de verkiezingen. Na een mislukte coup en opstand van het leger wordt in 2003 een vredesovereenkomst gesloten. Militairen van de VN moeten toezien op het vredesakkoord. In 2004 na het ontslag van drie Noordelijke ministers gaat het wederom fout en nemen de regeringstroepen de wapens weer op tegen de rebellen. In 2007 wordt na nieuwe vredesbesprekingen een regering gevormd van Nationale eenheid. Gbagbo laat keer op keer nieuwe verkiezingen uitschrijven om die vervolgens weer uit te stellen. Alleen al in de paar jaar dat ik in Ivoorkust kom gebeurt dit vijf keer.

Toen er, mede onder druk van de VN, uiteindelijk toch verkiezingen werden gehouden in november 2010, kwam Ouattarra in de tweede ronde als winnaar uit de bus. De verkiezingen eindigen in een bloedbad nadat vriendjes van Gbagbo in de Hoge Raad hem alsnog tot overwinnaar benoemen, door de uitslagen uit verschillende Noordelijke kiesdistricten ongeldig te verklaren. Beide kandidaten laten zich tot president benoemen en Ouattarra zoekt met zijn kabinet een veilig heenkomen in het Golf Hotel in Abidjan. Dat werd onmiddellijk beveiligd door de VN-troepen en belegerd door het leger onder leiding van Gbagbo. Een maanden durend kat-en-muisspel begint, totdat de rebellen in het Noorden besluiten tot een offensief. Zij vallen de machtsbasis van Gbagbo, de commerciële hoofdstad Abidjan, aan. Na twee weken van zware gevechten met veel burgerslachtoffers wordt Abidjan ingenomen en Gbagbo opgepakt in een schuilkelder onder zijn ambtswoning. Inmiddels zitten hij, zijn vrouw en diverse andere kopstukken van het regime vast. Hen wacht mogelijk berechting voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Magie

Op de terugweg naar het hotel komen we langs de wijk Abobo. Hier is volgens Kadi de strijd met de troepen van Gbagbo beslissend geweest. Voordat de rebellen uit het Noorden oprukten naar Abidjan kwamen de jongeren, die in deze wijk overwegend uit het Noorden afkomstig zijn, in opstand tegen het regime. Vol respect spreken de mensen hier van de onzichtbare commando’s. Ondanks de materiële overmacht werden de troepen van Gbagbo verdreven uit de wijk. Even buiten de wijk vinden we een monument dat is vernield. Alle door de president opgerichte monumenten in de stad worden met de grond gelijk gemaakt. Volgens velen bevinden zich daarin de lichamen van tegenstanders van het regime die magische krachten gaven aan de militairen van Gbagbo gedurende hun jarenlange strijd tegen de rebellen.

De volgende morgen rijden we door de straten van Abidjan naar ons kantoor in Kokodi, de wijk waar ook de presidentiële woning van de voormalige president zich bevindt of liever gezegd bevond. Van de woning is na de aanval door de Fransen niet veel meer over. Dagenlang werd het huis en de daar onder gelegen bunker beschoten met mortieren en helikopters van de Franse troepen. In de laatste dagen van zijn verzet had Gbagbo zich samen met zijn vrouw en enkele trouwe aanhangers verschanst in de bunker onder het huis. Zwart geblakerde resten van wat ooit een prachtige woning moet zijn geweest en uitgebrande tanks zijn de stille getuigen.

Enkele mensen hebben besloten van de nood een deugd te maken en zijn met ijzerzagen en hamers aan het proberen stukken metaal van de tanks af te slopen om te verkopen aan een schroot handelaar. Onderweg komen we regelmatig personenauto’s tegen zonder nummerplaat; kleine pick-ups met daarop jongens van een jaar of zestien die zwaar bewapend zijn. Het lijkt een beetje op oorlogje spelen. Vlak naast ons kantoor is de woning van commandant Kabila, een voormalige rebel die zich de woning van een voormalige minister heeft toegeëigend. Jonge mannen wassen de auto’s op de oprit. Sigaret in de mond en een Kalasnikov soepel over de schouder. De hiphop dreunt uit de speakers van de auto. Kadi vertelt me dat het niet moeilijk is om een voormalige rebel te herkennen. Al dragen leger en rebellen hetzelfde wapen, de rebellen hebben geen laarzen, maar slippers of gympen en een donkere zonnebril.

Volgens de laatste telling zijn er in Abidjan nog steeds zo’n 18.000 jonge mannen met een wapen: voormalige rebellen, criminelen of gevangenen die aan het einde van de oorlog door zowel de aanhangers van Gbagbo als Ouattarra zijn vrijgelaten en bewapend. Al deze mensen zullen ontwapend moeten worden of onderdeel moeten worden van het reguliere leger. Sommigen hebben al een leven als rebel achter de rug en geen enkele scholing of opleiding. Het is de vraag in hoeverre deze mensen de verworven privileges en de levensstijl  willen opgeven. Zowel door de rebellen als door de militairen van Gbagbo is tijdens de belegering van Abidjan massaal geplunderd. Vooral pick-uptrucks en dure luxe auto’s waren erg in trek.

Ook de auto’s van het kantoor van Solidaridad zijn gestolen. Kadi vertelt me dat je de gestolen auto’s kunt terugvragen bij de rebbelen, maar dat je er dan wel voor moet betalen. Stallingkosten en onderhoud moeten in ieder geval worden betaald. Daarnaast is er nog een aanzienlijke groep mensen die diensten hebben verleend of gedurende het conflict zijn overgestapt van Gbagbo naar Ouattarra. Voormalige ministers, politiechefs en militairen willen waarschijnlijk allemaal beloond worden voor bewezen diensten. Uiteindelijk zijn er dan natuurlijk ook nog de burgers, zowel Gbagbo als Ouattarra hadden tot het einde toe een aanzienlijke aanhang. Al deze mensen willen een verandering zien of, als ze tot het andere kamp behoorden, zullen ze niet te veel veranderingen tolereren. Het is een dun lijntje.

Wederopbouw

De wederopbouw na de oorlog en vooral het herstel van vertrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de samenleving zal nog vele jaren in beslag nemen. Het is een cruciaal proces ook voor de wederopbouw van de economie. Maar omgekeerd is duurzame economische ontwikkeling aan de onderkant van de samenleving, waar bijna een miljoen cacaoboeren een inkomen proberen te verdienen, ook weer een randvoorwaarde voor de opbouw van een stabiele samenleving .

Cacao is niet alleen een belangrijke inkomstenbron van veel Ivorianen, het is ook een markt met perspectief waar de stijgende prijzen en groeiende vraag naar duurzame cacao een wat rooskleuriger toekomst mogelijk maken. Of Ivoorkust die kans gaat grijpen is de vraag. Solidaridad probeert er een bijdrage aan te leveren. In mijn volgende stuk ga ik dan ook graag in op de vraag hoe we in Ivoorkust het programma weer op de rails proberen te krijgen om de opbouw van een duurzame cacao-economie mogelijk te maken.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.