8 maart, 2019 | Auteur: Cecilia Ferrara | Trefwoord: nederland

Onzichtbaar Rome:Stazione Tiburtina

Alle wegen leiden naar Rome. Dit oude gezegde dateert uit de tijd dat Rome de hoofdstad was van het Romeinse rijk en het geldt nog steeds voor mensen die van over de hele wereld naar Rome komen voor werk, vakantie of als tussenstop op hun reis.

Rome is sinds het begin van de migratiecrisis een cruciaal knooppunt voor veel vluchtelingen die per boot in het zuiden van Italië aankomen. Op de eerste plaats omdat er groepen van verschillende nationaliteiten in de Italiaanse hoofdstad zijn die kunnen fungeren als ondersteuningsnetwerk, en ten tweede omdat er informele plekken zijn waar vluchtelingen kunnen verblijven in afwachting van geld van hun familie of een advocaat om papieren en formaliteiten te regelen.

Correctie: er waren informele nederzettingen waar een migrant kon verblijven, ondersteund door NGO’s en vrijwilligers, variërend van Artsen zonder Grenzen tot vrijwillige advocaten, psychologen en liefdadigheidsinstellingen die voedsel en kleding verstrekten. Maar de nieuwe trend in de Italiaanse politiek, onder leiding van minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini, is om immigranten en ‘illegaliteit’ harder aan te pakken.

Als gevolg hiervan heeft de politie vluchtelingen verdreven uit twee nederzettingen in Rome en deze vervolgens gesloten: een verlaten chemische fabriek genaamd ‘Ex-Penicillina’ aan de rand van de stad, en ‘Baobab’, een informeel kamp nabij Stazione Tiburtina.

Kamp Baobab

Kamp Baobab, vernoemd naar de vereniging die de migranten helpt, was de bekendste van de twee. “De naam Baobab stond op de muren van de Libische gevangenissen”, zegt een Eritrese bemiddelaar die al jarenlang met migranten in Rome werkt half grappend, half serieus, over het kamp achter Stazione Tiburtina, het op één na grootste treinstation van Rome.

Het kamp was zeker geen goede plek en begon steeds meer op een favela te lijken. Maar het was tenminste een veilige plek waar iedereen een slaapplaats kon vinden en twee maaltijden kon krijgen in gezelschap van mensen in vergelijkbare omstandigheden, geholpen door een imposant netwerk van vrijwilligers.

Op de dag voor de ontruiming, de afgrendeling van het gebied en de vernietiging van het kamp, ​​vertelden twee jonge Eritreërs, een man van 23 en een 21-jarige vrouw, hun verhaal.

Ze kwamen samen uit Sicilië waar ze 3 weken eerder arriveerden na 2 jaar in Libië te zijn geweest. Ze werden allebei in Soedan gekidnapt door verschillende bendes die hun families dwongen om tussen de 8000 en 10.000 dollar te betalen om ze te bevrijden en naar Libië te brengen. Ze verlieten het centrum op Sicilië omdat ze niet in Italië wilden blijven. De jongeman heeft een vriend in Luxemburg en wil daarheen; de vrouw wil naar Frankrijk, ook al kent ze daar niemand. Ze wil zo snel mogelijk gaan werken om geld naar haar familie en haar vijf broertjes te kunnen sturen.

Een derde jongeman komt uit Egypte. Hij is nu twintig, maar toen hij op Sicilië aankwam, was hij vijftien. Hij staat geregistreerd als vermist kind omdat hij al vele malen ontsnapte uit centra voor minderjarigen.

Met zijn zakgeld kocht hij tickets om met vrienden of alleen noordwaarts te reizen en bij elke volgende stad meldde hij zich als minderjarige op het politiebureau, tot hij in Rome aankwam. Amper achttien, werd hij daar gearresteerd voor drugsbezit. “Het was de eerste keer en ik dealde niet in drugs. Ik was met mijn vriendin en ze waren voor eigen gebruik.”

Hij moest twee jaar de gevangenis in en is net vrijgelaten. Hij haat Rome, zegt hij, maar hij moet er blijven gedurende zijn proeftijd. Zodra hij kan is hij van plan om naar Napels te gaan waar hij een paar vrienden heeft.

Onbegeleide minderjarigen

In Camp Baobab hingen veel onbegeleide minderjarigen rond. “Gewoonlijk waren er veel Eritreeërs en Egyptenaren – de belangrijkste groep minderjarigen in Rome”, zegt de Eritrese bemiddelaar. Ze kwamen hier omdat ze wisten dat ze hier meer informatie konden vinden dan in het centrum waar ze verbleven. Ze wilden weten hoe ze naar Frankrijk of Duitsland konden komen of hoe ze een baan konden vinden.”

Naarmate de geruchten over een ontruiming sterker werden waren er nog maar weinig mensen over. Terecht, want met een grote operatie de volgende dag sloot de politie het kamp en maakte het met de grond gelijk.

Sommige van de nog aanwezige vluchtelingen zijn voor enkele maanden naar opvangcentra verhuisd, andere zijn verdwenen en onzichtbaar geworden. Maar een klein aantal, tussen de 30 en 50, bleef op straat.  Ze kwamen net iets dichter in de buurt van Stazione Tiburtina, waar ze onderdak kunnen vinden om te schuilen voor de regen.

De groep vrijwilligers van de Baobab Experience zet er zijn steun voort, ook al wordt het steeds moeilijker omdat de politie geen enkele vorm van overnachting toestaat. Onlangs werd het verboden om een ​​warm ontbijt te serveren aan de dakloze vluchtelingen.

“Deze mensen willen zo niet leven”, zegt Roberto Viviani van de organisatie, “maar er is nergens plaats voor hen, ook al blijven we de gemeente er om vragen.” Ook al ontbreekt het deze groep vrijwilligers en vluchtelingen in Stazione Tiburtina aan alles, het is nog steeds de plek om naar toe te gaan voor hulp.

Het verhaal van H.

Alle wegen leiden naar Rome. Dat moet ook de gedachte zijn geweest van de 17-jarige H. uit Tunesië, die een maand geleden in Italië aankwam en ontsnapte uit een opvangcentrum op Sicilië. Drie nachten sliep hij op de straat bij temperaturen rond het vriespunt.

“Ik zag H. met een van onze oude gasten”, zegt Sonia, vrijwilligster van de Baobab Experience in Stazione Tiburtina. “Hij sprak alleen Arabisch, vertelde dat hij 27 dagen eerder uit Sicilië was vertrokken en dat hij die maand zeventien zou worden.”

“Dat betekende dat we verplicht waren hem naar de politie te brengen, omdat die belast is met minderjarigen”, vervolgt Sonia. “Het was niet gemakkelijk op het politiebureau. Eerst wilden ze de jongen niet naar een opvangcentrum brengen omdat ze geen auto zouden hebben om hem te vervoeren. Uiteindelijk gingen ze akkoord en nu zit H. in een centrum voor minderjarigen. Ik ben opgelucht voor hem”, besluit Sonia. “Mijn enige vraag is: wat als wij er niet geweest waren?”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.