17 juni, 2019 | Auteur: Cecilia Ferrara | Trefwoord: italie
In en uit Italië:verhalen van twee niet-begeleide minderjarigen op de vlucht
Eurostat registreerde in 2017 30.000 niet-begeleide minderjarigen in Europa, waarvan bijna 9.000 in Italië. Dat aantal is in Italië is drastisch gedaald als gevolg van het nieuwe migratiebeleid. Aankomst via de Middellandse Zee is nagenoeg geblokkeerd en het leven voor asielzoekers en immigranten is over het algemeen een stuk moeilijker geworden. Mede om deze reden blijft het aantal niet-traceerbaren met meer dan 4.000 waarschijnlijk hoog. Veel van de kinderen die uit centra voor minderjarigen verdwijnen, willen Italië verlaten om zich bij vrienden en familie in andere landen te voegen, of ze denken meer kansen te hebben in Noord-Europese landen dan in Italië om hun migratie te voltooien.
Er zijn geen statistieken over hoeveel asielzoekers daadwerkelijk Italië verlaten, zelfs niet van minderjarigen. Het enige aantal dat Lost in Europa heeft weten te achterhalen is dat van minderjarige migranten die de grens oversteken bij Claviere of Bardonecchia op de grens met Frankrijk. Velen van hen vinden een eerste opvang in de Refuge Solidaire in Briançon, net over de grens in Frankrijk en daar worden de aankomsten geregistreerd op basis van verklaringen; naar documenten wordt niet gevraagd.
“Migranten nemen bergpaden in een poging buiten het zicht te blijven van de PAF, de Franse grenspolitie”, zegt Michel van Tous Migrants, de vereniging die de opvang beheert. “Er zijn vrijwilligers die de gevangenis riskeren als ze hen helpen.” Ongeveer 7.000 migranten melden zich bij hen in de afgelopen 18 maanden, sinds juli 2017, tachtig procent daarvan komt uit landen in Franstalig Afrika. “We verwelkomen iedereen en helpen hen hun migratietocht te vervolgen, minstens veertig procent zijn onbegeleide minderjarigen”, vertelt Michel. Zoals bij alle grensposten zijn er mensen die steeds opnieuw proberen de grens over te komen en meestal lukt het uiteindelijk om over te steken, omdat de wil sterker is dan de grens.

Van Guinee naar Briançon
Deze avond is B. aangekomen. Hij is 17 jaar oud, komt uit Conacry in Guinee in West-Afrika. Hij zegt dat hij het twee keer pogingen heeft gewaagd de grens over te steken, door de Franse politie is opgepakt en daar een paar politeschoenen heeft gestolen. We weten niet of deze anekdote waar is, maar het is heel gemakkelijk om hem te geloven, omdat hij als een wijs kind spreekt, zeer vastberaden. “Ik ben begonnen een boek te schrijven met de titel ‘Een wees in immigratie’.”
Op welke leeftijd ben je vertrokken?
“Toen ik 15 was.”
Waarom besloot je te vertrekken?
“Ik werd als wees geboren. Mijn moeder stierf tijdens de bevalling en ik heb mijn vader nooit gekend. Ik werd geadopteerd, maar verliet mijn adoptiegezin. Nadat ik erachter kwam dat ik was geadopteerd, werd ik me ervan bewust dat ik in een leugen had geleefd. Ik dacht dat ik bij mijn vader en moeder was, wist niet dat ik geadopteerd was, dus besloot ik het gezin te verlaten.”
Hoe lang duurde de reis?
“Twee maanden en twintig dagen van Guinee naar Libië.”
Heb je er gewerkt?
“Dat hoefde ik niet, ik had geld gespaard voordat ik wegging.”
Wanneer bent je in Italië aangekomen?
“Ik ben aangekomen op 7 november 2016.”
Was er een tijd dat je extra bang was tijdens de reis?
“Nee, ik was nooit bang. Ik heb altijd gedacht dat ik niets te verliezen had.”
‘Een wees in immigratie’
Ben je met de boot gekomen?
“Ja, ik dacht dat het de moeite waard was om het te proberen. Ik was zeven dagen op zee en twee dagen in de boot voordat ik in Calabrië aankwam. We waren met meer dan vijfhonderd mensen.”
En eenmaal aangekomen in Italië?
“Ik verbleef drie maanden in Calabrië, daarna werd ik verhuisd naar Busto Arsizio (Milaan). Daar bleef ik een paar maanden, waarna ik naar een andere plek in Busto Arsizio werd gestuurd. De politie kwam naar het centrum, zij verkondigden dat ze vanuit het centrum bedorven voedsel aan ons gaven. Toen sloot politie het centrum. Vanaf daar ging ik naar Como, waar ik vier maanden bleef.”
Wanneer besloot je naar Frankrijk te gaan?
“Afgelopen winter.”
Dat betekent dat je afgelopen najaar in Como was?
“Ja, ik was in Como tot zaterdag 23:00 uur, ik nam de trein naar Milaan en ging van Milaan naar station Porta Nuova, Turijn en vervolgens naar Oulx.”
Hoe wist je dat je daarheen moest?
“Vrienden vertelden mij dat ze daar waren geweest en ik ook wist dat er een grens is. Mijn vrienden vertelden me hoe ik moest reizen.”
Dus je bent aangekomen in Oulx en je wist je dat je de bus naar Clavière moest nemen?
“Ja, omdat ik naar school ben geweest hoefde ik niet om informatie te vragen.
Toen ik in Oulx aankwam, wist ik al dat ik over de bergen moest en dat er sneeuw lag en dat ik al mijn kleren nodig had om er zonder problemen over heen te gaan. Toen mijn vrienden alles uitlegden was ik er al klaar voor.”
En je hebt het meer dan eens geprobeerd.
“Ik heb het twee keer geprobeerd. De eerste keer probeerde ik het maar de politie arresteerde me. We waren met een groep van zeven, slechts drie van hen haalden het, de rest werd in de bergen gepakt. Dezelfde avond probeerde ik het nog een keer, nu alleen.”
Maar waren ze met een sneeuwscooter? Hoe hebben ze jou gepakt?
“Er zijn mensen in Oulx die, als ze ons, Afrikanen, in de bus naar Clavière zien, met de politie bellen en dan rapporteren dat er vluchtelingen zijn, zodat de politie de bergen in gaat om op ons te wachten.”
Hoe konden andere mensen ontsnappen?
“Omdat we in twee groepen zaten. De eerste kwam er door maar de grenspolitie blokkeerde de tweede. Ik zat in de tweede groep.”
Waarom denk je dat je het de tweede keer gehaald hebt. Omdat je alleen bent geweest?
“Het is niet omdat ik alleen ben gegaan, maar omdat het mijn dag was. Ik verliet Claviere om 22:00 uur en kwam hier om 01:00 uur aan. Ik wist van deze plek.”
En wat wil je nu doen?
Ik wil doorgaan.
Van Kosovo naar Triëst
Zeshonderdvijfenvijftig kilometer ten oosten van Briançon is F., afkomstig uit een stad in de buurt van Pristina, net uit Kosovo in Italië aangekomen. Hij is 17 jaar oud en spreekt perfect Engels. Hij woont nu in een centrum voor minderjarigen en gaat naar de middelbare school in Triëst.
Triëst ligt in de provincie Friuli Venezia Giulia. In plaats van uit Italië weg te gaan, zijn er veel niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die hier juist binnenkomen. In 2018 waren het er ongeveer achthonderd. De meesten komen uit Pakistan en Kosovo. Groepen Kosovaarse minderjarigen komen hier aan, vergezeld door mensenhandelaars met dezelfde nationaliteit, die vervoeren ze in kleine bussen en auto’s en te voet door het bos waar ze de grens over moeten. In sommige gevallen worden ze ook naar andere Italiaanse steden gebracht, maar de meesten blijven in Friuli Venezia Giulia, waar ze worden ontvangen in centra voor niet-begeleide minderjarigen.
Wiens beslissing was het om Kosovo te verlaten, de jouwe of die van je ouders?
“We besloten het samen, omdat er geen toekomst in mijn land is en omdat ik dacht dat het beter was om naar Italië te komen. Hier was ik in staat om vanaf nul een nieuw leven te beginnen.”
Ben je gelukkig?
“Ja heel erg, zelfs mijn familie had me nooit kunnen geven wat de gemeenschap me hier geeft.”
Maar werken je ouders?
“Mijn moeder stierf een paar jaar geleden en mijn vader is leraar, ik heb een broer en drie zussen. Ik ben de jongste.”
Ben je daarom hierheen gekomen?
“Ik weet het niet, ik wilde iets in mijn familie veranderen. Omdat mijn vader zich zorgen maakte over de andere kinderen, mijn zussen en mijn broer. Ik dacht: ‘Ik wil iets veranderen’ en ik kwam hierheen.”
Hoe ben je hier gekomen? Heb je iemand betaald?
“Ik denk niet dat ik hier gratis ben gekomen. Mijn vader vertelde me dat ik niet hoefde te weten hoeveel het kostte, misschien 3.000 of 4.000 euro, maar mijn vader vertelde me er niets over. Hij zei me: ‘Het doet er niet toe, ga op zoek naar je toekomst’.”
Heeft hij je in de bus gezet of ben je met iemand meegegaan?
“Ik begon in een busje. Ik was met zes andere jongens, ze waren bijna allemaal jonger dan ik. Eén was 17 zoals ik en de anderen waren allemaal jonger. Drie of vier waren 13 of 14 jaar oud, allemaal uit Kosovo, maar geen een uit mijn stad.”
Dus je nam het busje en bent naar Servië gegaan?
“Ik weet het niet zeker. Ik heb alleen tekens in Cyrillisch gezien en toen hebben we alleen bergen gezien. We liepen soms vijf uur per dag, elke dag.”
Ben je vergezeld door iemand?
“Ja, een man die altijd bij ons was.”
Hoe lang was je in het busje?
“Ik weet het niet omdat we elke keer zijn veranderd. We zaten bijvoorbeeld in de minibus, dan liepen we de bergen in en dan wisselden we van auto. En dan gingen we opnieuw door de bergen en dan weer met een auto. In elke fase veranderden we.”
Denk je dat je tijdens het lopen een grens bent overgestoken?
“Misschien. Ik weet het niet. De man die ons vergezelde, zei niets tegen ons, hij zei ons alleen om achter hem aan te lopen en niet te praten.”
Hoe was het voor de jongere kinderen? Was het moeilijk voor hen?
“Nou, het was al moeilijk voor mij dus ik denk dat het nog erger was voor de anderen.”
Heeft de persoon die bij je was je slecht behandeld?
“Nee, hij heeft gewoon niet gepraat, ik weet niets van hem af.”
Kwam hij uit Kosovo?
“Ik weet het niet, hij sprak Albanees. Maar iedereen kan Albanees spreken, misschien kwam hij uit Kosovo, misschien uit Macedonië.”
Hoeveel dagen duurde het voordat je hier aankwam?
“Ik ging op een zaterdag weg en arriveerde de volgende zaterdag om 4 uur ’s ochtends. Een week dus.”
Waar heb je geslapen?
“In het bos sliepen we in hutten en schuren.”
Heb je meer gelopen of gereden?
“We liepen meestal, maar de batterij van mijn telefoon was leeg, dus ik wist de tijd niet. Mijn gevoel zegt dat we meer hebben gelopen.”
Dus je kon je mobiele telefoon niet opladen?
“Niet totdat ik hier aankwam. Toen ik belde mijn vader om hem te vertellen dat alles in orde was en dat ik in Italië was aangekomen.”
Heb je ooit politie gezien?
“Nooit.”
Ben je door steden gekomen?
“Nee, we waren altijd in de bergen, in het bos. We verstopten ons.”
Heb je andere mensen ontmoet?
“Nee, ik weet alleen dat een of twee van de jongere jongens op andere plekken zijn achtergebleven. Ik weet niet waarom, ik weet ook niet waar. Ze hebben ze op twee verschillende plaatsen achtergelaten. Ik denk in Slovenië, want kort daarna vertelden ze ons dat we in Italië waren en dat we konden gaan.”
‘Voor mij is het een droom die werkelijkheid is geworden.’
Dus je herinnert je niet dat je een grens over ging? Heeft de man niets tegen je gezegd?
“Nee, hij zei niets. Hij zei gewoon ‘loop, praat niet, ik wil je niet horen praten’.”
Zelfs niet met elkaar?
“Nee, nee, omdat ik ze niet kende, kon ik niet met ze praten.”
Dat begrijp ik, maar als je zoveel tijd met iemand doorbrengt, ken je ze toch na een tijdje?
“Ja natuurlijk, ik had iemand kunnen vragen of hij water of iets te drinken had, maar niet meer dan dat.”
Heeft de man je water en eten gegeven?
“Nee, ik had wat in mijn rugzak, een fles water en iets te eten. Ik wist niet dat we de hele week zouden doorbrengen, ik dacht dat het ons twee dagen zou kosten.”
Wist je vader hoe lang het duurde?
“Nee, hij heeft me niets verteld. Hij vroeg me gewoon of ik wilde gaan en ik zei ja. En na een tijdje zei hij ‘morgen vertrek je’.”
Hadden de andere jongens bij jou te eten? Water?
“Ja, de jongere kinderen hadden water. Ze hadden grotere rugzakken en konden meer water dragen. Ze hadden geen brood, maar ze hadden een soort proteïnerepen van het soort waar je de hele dag op voort kan. Ze aten er twee of drie per dag en hoefden niets anders te eten.”
Hoeveel van jullie zijn hier in Italië aangekomen? Drie, vier?
“Ik weet het niet meer, drie of vier denk ik. Ze hebben ons op verschillende plaatsen van elkaar gescheiden. Ze zeiden ‘jij gaat die kant op, jij gaat de andere kant op’.”
Hoe ben je in Triëst aangekomen?
“Ik wist eigenlijk niet dat ik in Triëst was, het was 4 uur ’s morgens.”
Toen de man je verliet, was je in de bergen of in de stad?
“We waren in de bergen. Hij zei gewoon ‘gaan’ en we liepen. Ik liep alleen, het was nog steeds in de bergen. Het was niet zo ver, ik liep 6 à 7 uur. Ik was ook een beetje bang omdat ik niet wist waar ik heen moest, er waren overal bomen.”
Weet je nog waar je na 6, 7 uur aankwam?
“Ik herinner me dat ik een straat bereikte en daar was het bord ‘Trst’ [Triëst in het Sloveens, hij is waarschijnlijk in Slovenië achtergelaten- redactie]. Ik ging in die richting en vroeg de mensen die ik ontmoette waar ik het politiebureau kon vinden, omdat ik van anderen die de reis vóór me hadden gemaakt, had gehoord dat je naar de politie moest gaan en dat ze je naar een opvangcentrum zouden sturen. Zo ik arriveerde op het politiebureau.”
Wie vertelden je dat?
“Mijn vrienden in Kosovo. Ook al was die week zwaar, voor mij is het een droom die werkelijkheid is geworden.”
Maar heb je je ooit afgevraagd wat er met de andere kinderen is gebeurd?
“Nee. Ik weet het niet.”
Heb je iemand van hen hier in Triëst ontmoet?
“Nooit. Het leven verandert langzaam.”