28 februari, 2020 | Auteur: Cecilia Ferrara, Geesje van Haren | Trefwoord: kosovo
Mensensmokkelaars misbruiken Italiaanse Zampa wet
In Kosovo heeft een sterk opgezet smokkelnetwerk een grote stroom van minderjarige kinderen op gang gebracht die naar Italië vertrekken. Dankzij de in 2017 ingevoerde ‘Zampa wet’ maken zij kans op een studie- of werkvergunning als ze zich als minderjarige bij de Italiaanse immigratiedienst melden. De wet was bedoeld om vermissingen van onbegeleide asielkinderen tegen te gaan, maar werkt mensensmokkel in de hand. “Het is een bedrijf van 100.000 euro per maand, maar het lijkt niemand iets te kunnen schelen”, aldus de Officier van Justitie in Triëst.
“Jonge jongens vertrekken expres voor hun 18de zodat ze kans maken op de juiste de papieren om in Italië te mogen blijven. Heel, heel, veel kinderen komen uit Malisheva”, vertelt Liridon* (19), die anoniem wil blijven. Hij ondernam zelf de tocht naar Triëst. De kinderen reizen meestal in kleine groepen met één volwassene. Met telkens 6 tot 8 minderjarigen reizen ze naar het noorden door Servië of Bosnië-Herzegovina. In elk land veranderen ze van auto. De mensensmokkelaar verandert ook. Meestal van een Servische in Servië, naar een Bosnische in Bosnië, enzovoort. Ze steken de grens te voet over. De kinderen worden stil gehouden door hen angst aan te jagen. “Als je niet loopt, laat ik je hier achter. Dan raak je verdwaald en ben je verloren.” Of “Praat nooit met elkaar, dat brengt je in gevaar.”

Kosovo vierde deze maand het twaalfde jaar onafhankelijkheid van Servië. Het land heeft nog steeds een onzekere status, omdat vijf EU-landen (waaronder Griekenland en Spanje) Kosovo niet erkennen. Er heerst een zeer hoge jeugdwerkloosheid, waardoor veel jongeren naar het buitenland trekken op zoek naar een beter bestaan. Het grootste aantal kinderen vertrekt uit de gemeente Malisheva, net ten zuiden van het midden van Kosovo. Deze regio stond vroeger bekend om haar druiven. Er werd echter geen wijn gemaakt, de druiven waren bestemd voor de wijnboeren in het noorden van Kosovo en Montenegro. Maar dat was voor de oorlog. Tegenwoordig is Malisheva een enorm arme gemeente, met zo’n 70.000 inwoners, waarvan er 15.000 mensen in het buitenland wonen.
Leegloop
Malisheva is tevens een van de meest uitgestrekte gemeenten in Kosovo. Het heeft een centrum met honderden dorpen daar omheen. Drenoc is een van die dorpen, gelegen in de bergen in het noorden van Malisheva. De enige plaats waar mensen samenkomen, is bij een voormalige basis van het UCK, het bevrijdingsleger van Kosovo. Vandaag de dag is er een kleine koffiebar, die wordt gerund door de leider van het dorp, Hazir Krasniqi. “Dit dorp is volledig platgebrand tijdens de oorlog. Veel mensen vluchtten naar Albanië of Montenegro. Wij zochten asiel in de bergen dichtbij Malet.’’
De buurten zijn er vernoemd naar een achternaam, de achternaam van de belangrijkste familie die daar woont. Daarom is het ook zo belangrijk dat je gaat trouwen in een andere buurt. “We zijn het grootste dorp in de gemeente Malisheva, er wonen hier ongeveer 7.000 mensen, inclusief de mensen die vertrokken zijn’’, zegt Krasniqi. En dat zijn er steeds meer. Hij staart naar de basisschool aan de overkant. “Vorig jaar zaten er 16 kinderen in de kleuterklas, dit jaar slechts 8. Ik ben bang dat we de school uiteindelijk moeten sluiten.”
“Ik ken hier niemand die geen familie in het buitenland heeft”, zegt Stefan van Dijk, hij woont in Pristina en werkt als chief content officer bij dua.com. Zijn belangrijkste taak is om de diaspora wereldwijd te verbinden. “Kosovo kent een sterke migratiecultuur. Maar het is opvallend dat deze kinderen naar Italië gaan. Normaal gesproken zijn Zwitserland en Duitsland de meest populaire landen om naartoe te migreren”, zegt van Dijk. Hij herinnert zich de ‘Exodus’ uit 2015. Toen tienduizenden Kosovaren in een paar maanden tijd vertrokken naar vooral West-Europese landen.
Dat migratiecijfer ligt nu een stuk lager. En met een kleine Kosovaarse gemeenschap is de ‘Exodus’ vrijwel geheel aan Nederland voorbij gegaan. Ter vergelijking; op Statline is te lezen dat er op het hoogtepunt in 2015, 690 migranten uit Kosovo asielaanvragen deden in Nederland, tegen 60 aanvragen in 2019. De exacte redenen van de snelle toename toen, in 2015, zijn onduidelijk, schrijft Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD): “Deze werd waarschijnlijk veroorzaakt door de slechte economische omstandigheden en een zeer hoge jeugdwerkloosheid, (..) door de aanwezigheid van smokkelroutes in de regio en door aanhoudende geruchten over toegankelijkheid van werk of sociale uitkeringen in sommige landen van bestemming.” Een gerichte informatiecampagne in Kosovo en een snellere verwerking van de aanvragen, in met name Duitsland, hielpen de druk vanuit het gebied even snel weer afnemen als dat deze op was gekomen.
Geheim
De huidige leegloop van de dorpen rond Malisheva is een goed bewaard geheim. “Ik heb er in Pristina niets over gezien of gehoord. Ook niet in de kwaliteitsmedia”, aldus van Dijk. De autoriteiten in Italië bevestigen dat geen van deze minderjarigen ooit in aanraking is gekomen met de politie. En geen van hen heeft moeite gehad met wat bekend staat als een van de moeilijkste grenzen van de Balkan: die tussen Bosnië-Herzegovina en Kroatië. Daar worden elke dag tientallen migranten afgewezen. Een politieagent uit Malisheva vertelt: “Niemand praat, want in Kosovo is het gegeven woord heilig. Ook omdat het smokkelen een ‘service’ is die handig is voor iedereen.”
“Veel jonge jongens’’, verklaart Hazir Krasniqi, “vertrekken met het doel om hun families te helpen. Ze vertrekken vanwege de economische situatie in het land. Ze zoeken een beter perspectief en een beter leven. Kinderen voelen de ‘grijze’ situatie al vanaf de basisschool. Want in hun eigen families zien ze dat hun ouders bezorgd zijn. Omdat die de grootste moeite hebben om zelf rond te komen. Ze kunnen hen niet helpen om naar de Universiteit te gaan of een baan te krijgen.’’
Granit* is net 18 geworden, hij is vorig jaar naar Italië gereisd met een smokkelnetwerk toen hij nog 17 was. Nu heeft hij toestemming om daar te blijven en is hij op zoek naar een baan. “Vrienden van mij zeiden dat ik het zou kunnen’’, vertelt Granit. “Ik weet dat het niet goed is om te vertrekken, maar ik moest wel. Want in Kosovo is het leven niet makkelijk.’’ Hij wist dat het slim was om te vertrekken toen hij nog minderjarig was en hij wist ook dat hij een overtocht moest maken met smokkelaars. “Ik startte mijn tocht met de bus van Pristina naar Belgrado. Daar moest ik ongeveer vijf uur wachten voordat ze (de smokkelaars red.) me op zouden halen. Toen zijn we naar de grens met Kroatië gegaan. Daar bleven we vijf dagen. Toen zijn we de grens van Servië met Kroatië over gelopen. En daarna met een busje naar Slovenië gegaan. Toen moesten we nog over twee bergen lopen om in Italië aan te komen”, vertelt Granit.
Het was niet makkelijk om een smokkelaar te vinden. “Het kostte me een maand om het telefoonnummer te vinden voor mijn doortocht in Italië’’, zegt Liridon. “Ze zijn erg voorzichtig. Ik had slechts één nummer van iemand uit Kosovo, waar ik contact mee zocht via Viber (een bel app red.). Toen ik aankwam in Italië moest ik het verwijderen.’’ Toch is op social media te zien dat het veel jongens lukt de grens over te steken. Zij delen posts op Instagram. Gelukkig, poserend, in de prachtige steden van Italië. “Je weet dat je als minderjarige het best naar Italië kunt gaan met je papieren, want ze kunnen makkelijk omgezet worden in werkvergunningen als je 18 wordt”, zegt Liridon.
Malisheva, Kosovo
Vanuit Kosovo ging hij met een groep van vier naar Belgrado, daar werden ze een groep van acht. Er waren altijd volwassenen bij hen, soms Kosovaarse, soms Servische. De reis was niet makkelijk. “Om eerlijk te zijn, was ik vaak bang’’, zegt Granit. “Op die momenten dacht ik niet aan Italië, ik dacht alleen aan overleven. Wanneer je in de bergen bent waar beren wonen, dan bid je om in leven te blijven.”
Angst
Het ergste deel was volgens Granit het stuk in de bergen bij de grens van Kroatië met Italië. “De man die bij ons was zorgde alleen maar voor meer paniek in onze groep. Hij zei ‘Als je achterblijft, zal ik niet op je wachten, je zult verdwaald raken en ik kan je niet helpen.’ Dus we moesten haasten en in de lijn blijven lopen. We liepen letterlijk achter elkaar aan. Sommige jongens liepen op blote voeten, zij maakten de hele reis zonder schoenen.’’ Een andere zorg tijdens de reis was de politie. Want als de smokkelaar de politie zou zien, dan had de groep moeten uitwijken naar een ander en moeilijker pad. “En we moesten rivieren oversteken en bergen beklimmen. Het was zwaar, vooral omdat we geen drinkwater bij ons hadden”, vertelt Granit. “Ik vond het een heel moeilijke tocht. Tot we Italië bereikten. Dat was het beste gevoel ooit, want ik had het overleefd.”
De groep arriveerde in Triëst, in het noordoosten van Italië. De jongens wisten gelijk dat ze naar de politie moesten gaan. “Ze hadden onze vingerafdrukken nodig, we moesten een formulier invullen met onze naam en die van onze ouders erop en toen werden we naar een kamp gestuurd voor minderjarigen. Het mijne was een goeie, er was eten en we werden erg goed behandeld.’’ Pas toen hij daar was aangekomen belde Granit zijn vader. “Ik ben gearriveerd in Italië, het is goed.’’ Daarna werd zijn geld betaald aan de smokkelaar in Kosovo.
De reis kostte tussen de 3.500 en 4.500 euro. De jongens hebben allemaal soortgelijke verhalen. Net als Granit, komt Liridon uit een klein dorpje. Hij is slim en heeft de middelbare school afgemaakt. Liridon en zijn familie werkten op het platteland. “Mijn broers studeren aan de universiteit. Dat is duur. Maar de enige manier om een baan te krijgen in Kosovo is door te studeren.” Liridon wilde ook studeren, maar dat was te duur voor de familie, dus daarom besloot hij naar Italië te gaan om te werken en zijn broers te helpen. “Mijn vader en ik werkten twee jaar om de reis te betalen, we hadden aan het eind onze tractor en een koe verkocht.”
Motief
Dit is een van de belangrijkste motieven om te migreren, verklaart Van Dijk. “Mensen spreken hier veel over migratie en de wil om te migreren. Met de grote diaspora in West-Europese landen komt het bijvoorbeeld voor dat jongeren een werkuitnodiging krijgen via een oom of tante in het buitenland. Die hoeven dan niet illegaal de grens over te gaan.” Kosovo is een collectieve samenleving, waar de grote (extended) familie een belangrijke rol speelt. De bevolking telt 1,8 miljoen mensen. En een derde van de mensen van Kosovaarse afkomst woont momenteel buiten Kosovo. Daar zitten grootheden bij waar in het land met trots over gesproken wordt. “Zoals de Britse zangeres Dua Lipa,” vertelt van Dijk. “Iedereen kent iedereen. Dus veel mensen hier kennen haar persoonlijk of zijn familie. Kosovaren zijn heel lieve mensen die alles doen voor hun gezin. Vooral als je oudste zoon bent heb je veel verantwoordelijkheid voor de rest van het gezin. Dat verantwoordelijkheidsgevoel is heel vanzelfsprekend.”
Liridon vertrok naar Italië met een groep van zes andere kinderen. Ook zij gingen eerst naar Servië. Daar bleven ze twee dagen aan de grens met Bosnië-Herzegovina in een verlaten huis. Daar kregen ze een nieuwe begeleider, hij was Bosnisch. Vervolgens sliepen ze twee nachten in een hotel in Sarajevo, om daarna over de grens van Bosnië-Herzegovina met Kroatië te lopen. In de Kroatische hoofdstad Zagreb bleven ze vier nachten in een hotel. Weer met een andere smokkelaar en een andere groep migranten. Ze waren allemaal Kosovaars, maar niet allemaal onder de achttien. “In Zagreb werden mensen nerveus omdat het niet duidelijk was wat er aan de hand was. Er waren problemen met de doortocht naar Slovenië. Uiteindelijk kwamen er vier Kosovaren met een busje, daar reden wij met mee. Twee anderen reden in een andere auto voor ons om te kijken of er geen politie was”, vertelt Liridon. Hij werd in een auto tot in Florence gesmokkeld, waar hij zelf graag naar toe wilde.
Volgens de Italiaanse data van het Ministerie van Werk en Sociale Zaken arriveerden er in 2018 481 onbegeleide minderjarigen in Italië vanuit Kosovo. In 2019 (tot en met 30 november) waren dat er 411. Een forse toename ten opzichte van 2014, toen waren er nog slechts 123 minderjarigen aangemeld, volgens de statistieken van het Unaccompanied and Separated Children (UASC).
“Elke dag komen er wel 1 tot 3 migranten aan”, bevestigt een bron van de Italiaanse immigratiedienst van de politie van Triëst. “De meerderheid is Kosovaars. Maar, we komen hen nooit tegen bij de grens, zoals bij Pakistaanse en Bengaalse minderjarigen. Ze zijn goed geïnformeerd, want ze weten dat ze zich hier moeten melden.”
Triëst, Italië
De Kosovaarse kinderen vragen geen asiel aan, als ze zich bij de immigratiedienst melden. Italië kent een zeer gunstige wetgeving voor buitenlandse minderjarigen genaamd de ‘Zampa wet’. Sandra Zampa is de naam van het Italiaanse Parlementslid die de hem schreef. De wet vereenvoudigt de procedures voor een verblijfsvergunning voor minderjarigen in Italië. En dankzij deze wet kunnen niet-asielzoekende, onbegeleide minderjarigen eenvoudiger een verblijfsvergunning krijgen om te werken of studeren als zij 18 worden.
Zampa wet
Voordat de Zampa wet in 2017 werd ingevoerd waren de jongens die uit Kosovo arriveerden nog jonger. “Toen waren ze rond de 14 en 15 jaar oud”, verklaart de immigratiedienst. “Nu zijn ze dichterbij de 18, precies jong genoeg om nog in aanmerking te komen voor een studie- of werkvergunning.”
De Zampa wet kwam tot stand om “de dramatische toename van het aantal niet-begeleide minderjarigen die in Italië aankomen te kunnen verwerken met snellere procedures”, schrijft Elena Rozzi, boardmember de Association for Legal Studies on Immigration (A.S.G.I.). “Ongeveer 26.000 niet-begeleide minderjarigen kwamen in 2016 aan in Zuid-Italië, het dubbele van het voorgaande jaar. Op 30 april 2017 stonden bijna 16.000 niet-begeleide minderjarigen geregistreerd in Italië, terwijl er meer dan 5.000 als vermist werden opgegeven. Een aanzienlijk deel van deze vermiste kinderen verliet de opvang en probeerde andere Europese landen te bereiken om zich bij familieleden te voegen of betere integratiemogelijkheden te zoeken. De afgelopen jaren is echter een groot aantal asielzoekers en migranten, inclusief niet-begeleide kinderen, tegengehouden aan de Franse, Zwitserse en Oostenrijkse grens en teruggestuurd naar Italië.”
Arrestaties
Volgens de officier van justitie bij het Tribunaal voor minderjarigen van Triëst, Leonardo Tamborini, verdienen de smokkelaars zo’n 100.000 euro per maand. “Het lijkt niemand iets te kunnen schelen”, aldus de Officier van Justitie. “In Italië is niemand belast met dit onderzoek.” Slechts één rechter uit Kosovo, Ali Rexa, heeft de kwestie behandeld. Hij was succesvol. Maar de zaak is nog niet afgerond.
De aanklager in Pristina heeft in 2016 tien mensen laten arresteren (twee uit Servië, twee uit Albanië en zes uit Kosovo) op verdenking van het organiseren van de reis van 43 jongeren, waarvan 20 uit de gemeente Malisheva, naar Udine, een andere stad in het oosten aan de grens van Italië. “De gedaagden smokkelden de slachtoffers door Servië naar Hongarije en door Servië naar Kroatië. Daarna werden ze naar andere lidstaten van de EU gesmokkeld. De verdachten werden financieel bevoordeeld door de slachtoffers of hun families, voor zo’n 3.000 tot 3.500 euro per persoon. De aanklager acht het tot dusver bewezen dat 43 jongeren op die manier zijn gesmokkeld. Tijdens de reis naar de EU, werden de jongeren in gevaar gebracht door de criminele organisatie. Door de jongeren te voet de grens te laten passeren, ze werden gedwongen om midden in de nacht te lopen, en door ze te kwellen terwijl ze moesten lopen in brute weersomstandigheden en op slecht terrein”, beschrijft de aanklacht.
Omdat dit proces georganiseerde misdaad aangaat is sinds de arrestatie de Speciale Officier van Justitie belast met het onderzoek. Rechter Ali Rexa is met pensioen. Een hogere rang die meer bevoegdheden heeft dan de Basisaanklager in Pristina is met het onderzoek belast. De zaak ligt inmiddels bij het gerechtshof in Pristina. Het proces stopt de reizen echter niet. Een jongere uit Drenoc haalde Triëst. Hij is 18 jaar oud en heeft de juiste papieren gekregen om in Italië te blijven en er te werken. Hij is even op bezoek bij zijn ouders in Drenoc. Samen met drie vrienden zit hij in de koffiebar. Eén van hen is 15 jaar oud en bezig met het plannen van zijn reis naar Italië.
Ook Arber* (17) had het geluk om de juiste papieren te krijgen in Italië. Hij is blij dat hij terug is en voortaan legaal de grens over kan. Zijn reis was vreselijk. Zijn smokkelaar had geen connectie met hotels. “We waren met zijn achten, sommigen waren nog jonger dan ik. We sliepen in krotten in de bossen en sommige delen van de reis deden we in de auto. Een week lang liepen we zonder met elkaar te praten, omdat de man die ons begeleide ons bedreigde, hij zei dat we absoluut niet met elkaar mochten praten. Ik weet helemaal niets over de anderen.’’ Arber is een van de weinigen die niet naar Italië gaat om te werken. Zijn vader is een leraar in Kosovo en hij wil graag studeren in Italië. “Ik weet nog niet wat, architectuur of medicijnen.’’
*Uit privacyoverwegingen zijn de namen van de jongens gefingeerd.
Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door Journalismfund.eu.